Gedicht - Huiswerk
Naam: Stanislaus Jaworski
Leeftijd: 69

Aantal gedichten: 1136

Toon alle gedichten

Gedicht waarderen

Aantal waarderingen: 1

Huiswerk

368 maal gelezen



Bij “Gesprek van die dooie siele”
van N.P. van Wyk Louw, 1935
uit de bundel “Alleenspraak”
vanuit het Afrikaans
vertaald door Stanislaus Jaworski
Gesprek van de dode zielen
Jouw woorden, liefste die ik hoor
of ben ik zelf die ik stoor
waardoor de zielen eenzaam gaan
als wolken voor de maan
jouw woorden, liefste die ik hoor
Ik weet dat het jouw stem is
en niet een bittere heugenis
die uit mijn eigen harte breekt
jouw stem die tot mij spreekt
die rimpeling van jouw woorden is
Vanuit de diepste eenzaamheid
verlang ik nog naar zekerheid
die liefde niet kan doen verwaaien
stofjes die de winden zaaien
op sterren eenzaamheid
Hier in ongebroken glans
waarin ik mijn zelf verschans
en alle bronnen van fluistering
uit de diepste laatste kring
van eigen water heldere glans
Vlieg toch door deze droefenis
waarin mijn ziel verwilderd is
over elke afgrond die ons scheidt
een teken dat iets nog blijft
tot smetteloze heugenis
Tot alle einders uitgestraald
waar de laatste vreemde sterre dwaalt
is ieder in God zo uitgestort
dat hier geen smart tot teken wordt
mijn ik door alle dingen straalt
De vlammengrens die ik overschrijd
en mij nog van jou scheidt
door elk duister dat ik betast
tot ik jou voel, bloedwarm, vast
en drink als drank in mij
Een vreemde vlam van woorden klimt
een verre beving boven de kim
van het blanke, stille bestaan
van mijn grote Godsweg gaan
verloren tussen lucht en kim
VAN WYK LOUW, N.P.
Gesprek van die dooie siele
“Kan jy my woorde, liefste, hoor,
of iets die blanke stilte stoor
waardeur ons siele eensaam gaan,
veryl soos wolkies voor die maan –
kan jy, kan jy my woorde hoor?”
“Weet ek dat dit jou woorde is,
En nie die bitter heugenis
Wat uit my eie hart nog spreek;
Weet ek dat wat die vlak hier breek,
Die rimpeling van jou woorde is?”
“Uit hierdie diepste eenzaamheid
Verlang ek nog na sekerheid,
Dat al sou liefde nie verwaai
Soos stoffies wat die winde saai
Uit in die sterre-eensaamheid.”
“Hier in een ongebroke glans
Is my eenselwigheid verskans,
En alle bron van fluistering
Wel uit die diepste en laaste kring
Van eie waterheldere glans.”
“O wink deur heurdie droefenis
Waarin my siel verwilder is,
Oor alle afgrond wat ons skei,
’n teken dat daar iets nog bly
Tot smettelose gedachtenis.”
“Tot alle eindes uitgestraal,
Waar vreemde laaste sterre dwaal,
Is elk in God so uitgestort
Dat hier geen smart tot teken word
Waar elke deur alle dinge straal.”
“Ek sal die vlammegrens oorskry
Wat my nou van jou wese skei,
Deur alle duister sal ek tas
Tot ek jou bloedwarm voel en vas
En indrink soos ’n drank in my.”
“’n Vreemde vlam van woorde klim,
’n verre bewing, bo die kim
Van hierdie blanke stil bestaan,
Waar ek my grote Godsweg gaan
Verlore tussen lug en kim.”

Geplaatst op: 03 november 2015 - 14:57




Reactie plaatsen

U moet inloggen voordat uw een reactie kunt plaatsen